|
|
|
|
|
Vitamines als voedsel voor de geest
Algemeen Dagblad, 13 April 2002
Door Melchior Meijer
Delinquenten verruilen hun patat voor vitamine rijke kost en veranderen
binnen tien maanden in aardige jongens. En haring voorkomt
depressies en seniliteit.
Je draait door.' dat kreeg criminoloog Stephen J. Schoenthaler te horen toen hij
in 1980 wilde onderzoeken of het gedrag van gevangenen misschien zou ver
beteren als hun menu werd aangepast. Schoenthaler was gefascineerd door
drie statistische curves: het aantal gevallen van zinloos geweld, de omzet van
de fastfood industrie en de suikerconsumptie. Alledrie vertoonden indertijd
alpiene trekjes. Zijn 'buikgevoel' en zijn schoonmoeder fluisterden hem in dat er
wel eens een verband zou kunnen zijn.
Ondanks de kritiek van collega's zette Schoenthaler door. Hij vond een gedreven
bondgenoot in de directeur van een grote gevangenis in Virginia. Binnen enkele
weken timmerden ze een ambitieus onderzoek in elkaar. Eerst zouden ze de
gevangenen zes maanden volgen met het gebruikelijke menu van witbrood,
hamburgers, worst, patat, ijsbergsla, koeken, milkshakes, zoete snacks en
frisdrank. Vervolgens zouden de gedetineerden tien maanden worden
'afgeknepen' op een dieet van volkorenbrood, aardappelen, vlees, vis, groente en
fruit, zonder gefrituurde waren en suiker. Daarna zou weer een periode volgen
van zes maanden traditionele gevangeniskost.
De resultaten waren - niet in de laatste plaats voor de gevangenen zelf -
overweldigend. In de aardappelen-groente-vlees fase kelderde hun antisociale
gedrag, om na herinvoering van hotdogs en koekjes weer voluit terug te keren.
Het nieuws verspreidde zich snel en Schoenthaler werd een graag geziene gast
in het gevangeniswezen. In tien jaar tijd onderwierp hij 8076 gedetineerden aan
voedingsexperimenten. Zowel het schrappen van kristalsuiker als het opkrikken
van de dagelijkse hoeveelheid vitamines en mineralen leidde consequent tot een
afname van het aantal overtredingen, fysieke en verbale geweldsuitingen,
uitbraak- en zelfmoordpogingen en tot een verbetering van de stemming.
Recidivisten leverden 86 procent minder streken, drugsverslaafden 72 procent.
Sommige inrichtingen besloten op de ingeslagen weg door te gaan. Maar in de
loop der tijd ging het merendeel toch weer overstag voor Coca-Cola en
McDonald's.
Schoenthalers nieuwsgierigheid was nog niet bevredigd. Hij vroeg zich af of ook
recalcitrante schoolkinderen te beïnvloeden waren met voeding. Om meer
duidelijkheid te krijgen zette hij in 1999 een studie op onder 468 zes- tot twaalf
jarige leerlingen van een basisschool in Phoenix, Arizona. Deze school hield
sinds jaar en dag het gedrag bij van elk kind. Omdat de kinderen niet op school
aten maar bij hun ouders, besloot Schoenthaler te werken met een
voedingssupplement. Vier maanden lang kregen de kinderen dagelijks ofwel
een vitaminepilletje ofwel een placebo. Het effect van de vitamines - de helft van
de aanbevolen dagelijkse hoeveelheid - was enorm. Het aantal 'disciplinaire
maatregelen' tegen veertig notoire onruststokers die een vitaminepil kregen,
daalde met bijna vijftig procent. De kinderen gedroegen zich minder agressief,
waren minder vernielzuchtig, hadden meer respect voor hun onderwijzers,
werden co–peratiever en konden zich beter concentreren. Als bijwerking gingen
hun leerprestaties vooruit. Ook bleek het IQ van alle leerlingen die vitamines
hadden geslikt - dus ook dat van de 'rustige' kinderen - iets omhoog te zijn
gegaan.
"Het is naïef om te denken dat onvolwaardige voeding uitsluitend negatieve
gevolgen heeft voor ons lichamelijk functioneren", zegt arts Melvin Werbach, die
een groot aantal studies naar de relatie voeding-gedrag op een rij zette. "Het
brein is ook een orgaan. Net als bijvoorbeeld de nieren, de ogen en het hart is
het gevoelig voor een tekort aan voedingsstoffen. Met hersenscans zijn relaties
gevonden tussen bijvoorbeeld de hoeveelheid magnesium in het bloed en het
functioneren van een deel van het brein waar moraal, geweten en driftbeheersing
zetelen. Schoenthaler en collega's hebben nu laten zien dat het op peil brengen
van zulke spiegels tot gedragsverbetering kan leiden."
Veel artsen menen dat het in het Westen onmogelijk is te weinig vitamines en
mineralen binnen te krijgen, ongeacht de eetgewoonten. Maar de consumptie
van groente en fruit daalt nog steeds. Patat, hamburgers, milkshakes, chips en
cola verdringen de Hollandse pot. Welbach: "Een duidelijk zichtbaar gevolg van
die ontsporing is dat we alsmaar vetter worden en op ons dertigste
botontkalking en ouderdomssuiker ontwikkelen. De an dere ramp voltrekt zich in
het geniep: tussen de oren. We worden depressief, agressief of krijgen adhd.
Voor het merendeel van de kinderen in Schoenthalers experiment geldt dat ze
goed in hun vel zouden zitten als ze normaal zouden eten. Ook zonder een
dagelijks vitaminepilletje. Wat aten Nederlanders vlak na de oorlog? Boerenkool
met worst? Spruitjes? Draadjesvlees? Perfect! Geef de jeugd van tegenwoordig
regelmatig boerenkool met worst en het leven wordt een stuk aangenamer."
Hoe ongebalanceerde voeding precies tot biochemische verstoringen in de
hersenen leidt en hoe die verstoring te corrigeren valt met vitamines of mine
ralen, is slechts ten dele opgehelderd. Wie in de stoffige archieven van de
medische bibliotheek duikt, vindt in een eeuw documentatie tientallen verbanden
en theorieÎn, maar nauwelijks verklaringen. Antisociaal gedrag lijkt samen te
hangen met een overdadige consumptie van suiker en witmeel en een gebrek
aan foliumzuur, thiamine (vitamine B1) en de mineralen ijzer, selenium en
magnesium. Hetzelfde geldt voor depressies, paniekstoornissen en
hyperactiviteit. Maar veel meer is niet bekend.
Duidelijker is de rol die de zogeheten omega-3 vetzuren spelen in het
functioneren van de hersenen. Deze vetzuren zitten in groene groente, in
bepaalde algen, maar vooral in vette vis. Talloze studies, waaronder een recent
Rotterdams onderzoek, suggereren dat een harinkje helpt voorkomen dat we
voortijdig depressief en seniel achter de geraniums belanden. Omega-3 vetzuren
spelen een cruciale rol bij de signaaloverdracht in de hersenen. Bij een tekort
kan er van alles misgaan in die witgrijze telecomcentrale. "De minie me
hoeveelheid omega-3 vetzuren in het westerse menu leidt aantoonbaar tot
stoornissen in de productie van boodschapperstoffen als serotonine en
dopamine", zegt neuropsychiater Emanuel Severus van de Universiteit van
Berlijn. En de Zweedse patholoog Tom Saldeen: "In de Noord-Europese landen
is de inname van omega-3 vetzuren in de af gelopen tachtig jaar met tachtig
procent gedaald. Dat heeft niet alleen desastreuze gevolgen voor hart- en
bloedvaten, maar ook voor het brein en dus voor ons welbevinden. Dat laatste
krijgt nauwelijks aandacht. De hersenen bestaan voor ongeveer de helft uit
omega-3 vetzuren. Het is een essentieel vet, het lichaam kan het niet uit andere
vetten maken. Dank je de koekoek dat we minder vrolijk worden als het brein
ervan verstoken blijft."
Niet alleen minder vrolijk, ook een beetje dommer en uiteindelijk zelfs depressief
of dement. Kinderen worden slimmere volwassenen als ze worden gezoogd met
moedermelk, die van nature rijk is aan omega-3 vetzuren. Alzheimer-patiÎnten
hebben een duidelijk tekort aan omega-3 vetzuren in hun hersenen. Hetzelfde
geldt voor kin deren met adhd en manisch-depressieven. Aan vul ling met ome
ga-3 vetzuren uit een potje geeft vrijwel altijd verbetering.
en wat heeft de boven kamer in 's hemelsnaam met vis? Veel, zo wordt steeds
aannemelijker. Omega-3 vetzuren zijn zo fundamenteel voor de aanleg en het
functioneren van het zenuwstelsel, dat een groep wetenschappers vermoedt dat
de grote her senen van de Homo sapiens zijn geÎvolueerd in een milieu waar
omega-3 vet zuren rijkelijk voorhanden waren. Dat wil zeggen: dichtbij zee, waar
hij veel vis kon vangen. "De enorme hersenen die de mens zijn unieke positie in
de natuur hebben gegeven, kunnen alleen tot stand zijn gekomen in een
ecosysteem dat een voortdurende aanvoer van omega-3 vetzuren waarborgt",
zegt Elaine Morgan, de Britse schrijfster van het boek The Aquatic Ape. "Geen
wonder dat we mentaal achteruitgaan nu we deze vetten nauwelijks nog tot ons
nemen." Morgans theorie (geleend van de Britse paleontoloog Allistair Hardy) in
een notedop: zeven miljoen jaar geleden werden apen door een geologische
verandering gedwongen om van de zee te leven. Ze verruilden de jungle voor een
kustlandschap. Dankzij de consumptie van omega-3 vetzuren konden hun
hersenen steeds groter worden, groter nog dan die van de hyperintelligente
dolfijn. Bovendien ontwikkelden deze mensapen allerlei eigenschappen die
typisch zijn voor zeezoogdieren. Zoals het vermogen de ademhaling te
beheersen, een spaarzaam behaarde huid met talgklieren en een relatief dikke
speklaag. Het constante waden dwong hen bovendien rechtop te lopen. Hoewel
deze theorie nog altijd omstreden is, lijken sommige paleontologische vondsten
haar te bevestigen. Zo werden de resten van de op een na oudste mensachtige
Lucy aangetroffen temidden van evenoude resten van krabben en schelpdieren.
Een heel verstandig zeebanket, blijkt achteraf.
VRAGEN? Universal Europe Support
|
|
|
|